Kennis ontwikkelen

 
Projecten

 
Coping LVB

 
Home Kennis ontwikkelen Coping LVB
Coping LVB

Consortium Effectieve Behandeling Gedragsproblemen LVG

‘Samen op zoek naar effectieve behandeling van gedragsproblemen bij cliënten met een lichte verstandelijke beperking: Het consortium Effectieve Behandeling Gedragsproblemen LVG’.

Een artikel van Bram Orobio de Castro, Petri Embregts, Maroesjka van Nieuwenhuijzen, Joost Jan Stolker, Onderzoek & Praktijk, voorjaar 2008.

Hieronder een samenvatting van het artikel.

Gedragsproblemen zijn veel voorkomend bij cliënten met lichte verstandelijke handicap. Gedragsproblemen zijn moeilijk te behandelen en belastend om mee om te gaan, zowel voor cliënten zelf als voor hun omgeving. De LVG sector heeft veel expertise over het omgaan met gedragsproblemen. Deze expertise echter zou nog beter gedeeld kunnen worden en de effecten zijn nog onvoldoende onderzocht.
Effectieve behandelingen voor gedragsproblemen bij cliënten met LVG dienen daarom te worden ontwikkeld en getoetst. Daartoe hebben de VOBC LVG, De Borg  en de universiteiten van Utrecht en Nijmegen de handen ineen geslagen en het consortium ‘Effectieve behandeling van gedragsproblemen bij clienten met lichte verstandelijke beperkingen’.
Met financiële steun van Zon Mw, VOBC LVG, de Borg en genoemde universiteiten zijn inmiddels drie projecten gestart: (1) Begeleiders in Beeld¸ ontwikkeling en effectonderzoek naar training voor begeleiders in het hanteren van gedragsproblemen; (2) Samen Stevig Staan, ontwikkeling en effectonderzoek naar een gecombineerde cognitief gedragstherapeutische ouder- en kindtraining; en (3) Wat slik ik?, onderzoek naar gebruik van psychofarmaca bij gedragsproblemen en optimalisering van medicatie afbouw en begeleiding.

De consortiumplannen zijn gebaseerd op binnen de partijen bestaande kennis over de ontwikkeling en behandeling van gedragsproblemen bij mensen met LVG. De meest relevante feiten waarop het consortium zich baseert zijn, samengevat:

  • Gedragsproblemen komen veel vaker en in veel ernstiger vormen voor onder kinderen, jeugdigen en volwassenen met LVG dan in de algemene populatie.
  • Gedragsproblemen ontstaan veelal vroeg in de jeugd en zijn bijzonder hardnekkig.
  • Voor het ontstaan van gedragsproblemen is niet één oorzaak voldoende. Daarvoor is een samenspel nodig van enerzijds meerdere individuele kwetsbaarheden (zoals lage intelligentie, geringe impulscontrole, lage hartslag in rust) met anderzijds meerdere omgevingsinvloeden (zoals in gezin, leeftijdgenoten, school, buurt).
  • De elementen in het samenspel van kwetsbaarheden en omgevingsinvloeden kunnen variëren van persoon tot persoon.
  • Bij cliënten in LVG en SGLVG zorg is sprake van een opmerkelijke cumulatie van individuele kwetsbaarheden en ongunstige omgevingsinvloeden.
  • Gedragsproblemen dragen op hun beurt bij aan het versterken van negatieve omgevingsinvloeden, bijvoorbeeld door het oproepen van inadequate opvoeding, afwijzing door anderen of bij te dragen aan schooluitval.
  • De hardnekkigheid van gedragsproblemen kan het best begrepen worden bij een voortdurende wisselwerking tussen een cliënt en diens verschillende omgevingen.
  • De meest effectieve interventies zijn die interventies die meerdere elementen in deze wisselwerking tegelijk beïnvloeden, bijvoorbeeld door gelijktijdig te werken aan cognities van een cliënt, opvoedingsvaardigheden van diens ouders en omgangsstijl van hulpverleners te werken.
  • Veel behandelvormen voor gedragsproblemen sluiten cliënten met LVG uit en vrijwel alle studies naar effecten van behandelingen hebben geen cliënten met LVG laten deelnemen. Over de effectiviteit van de behandelingen is daarom veel te weinig bekend.

Door de opeenstapeling van ongunstige factoren en de chroniciteit van de gedragsproblemen geldt  voor de behandeling van de problemen van LVG cliënten nog sterker dan voor andere cliënten: behandeling kan alleen slagen als die zich tegelijkertijd richt op meerdere oorzaken en in stand houdende factoren.

Op basis hiervan is een aantal sleutelfactoren voor behandeling geformuleerd:

  1. De directe dagelijkse omgeving van cliënten:
  • ouders/verzorgers (bij kinderen en jongeren)
  • medecliënten (op (dag)behandelgroepen)
  • groeps(bege)leiders (bij zowel jeugd als volwassenen.

Overtuigend is aangetoond dat behandeling en training gericht op deze directe interactiepartners de gedragsproblemen substantieel kan doen afnemen. Meest effectief lijken Oudertraining en Training van hulpverleners in omgang met cliënten en sturen van groepsprocessen (Jahr, 1998; Reid, Persons, Lattimore, Towery & Reade, 2005).

  1. Sociaalcognitieve leerprocessen bij cliënten met gedragsproblemen.

LVG jeugdigen met gedragsproblemen vertonen - vergeleken met LVG jeugdigen zonder gedragsproblemen -  atypische sociale informatie verwerking (Van Nieuwenhuijzen, Orobio de Castro, Wijnroks, Vermeer, & Matthys, 2004; Van Nieuwenhuijzen et al., 2005). Veel studies naar effectieve interventies voor niet-LVG jeugdigen met gedragsproblemen hebben aangetoond dat de gedragsproblemen voor deze jeugdigen kunnen worden verminderd door de atypische sociale informatie verwerking te beïnvloeden (Lochman & Wells, 2003, 2004; Van Manen, Prins, & Emmelkamp, 2004; Webster-Stratton, Reid, & Hammond, 2004).
Gegeven de specifieke problemen die LVG jeugdigen met gedragsproblemen hebben met sociale informatie verwerking, lijken interventies die gericht zijn op het verwerken van sociale informatie dus zeer relevant en veelbelovend.

  1. Psychofysiologische processen bij cliënten met LVG.

Er is weinig bekend over de beïnvloeding van de psychofysiologische processen, met name over neurotransmitters in de hersenen door psychofarmaca. Medicijnen gericht op verminderen van probleemgedrag worden desalniettemin veel en langdurig voorgeschreven aan cliënten met LVG. De vraag is in veel gevallen of - de bijwerkingen van - het middel niet erger zijn dan de kwaal. Bij de zoektocht naar effectieve behandeling is dan ook met name de vraag van belang of behandeling even effectief of wellicht zelfs effectiever is bij minder en specifieker voorschrijven van deze middelen.

Samenvattend kan voor de meest effectieve aanpak van gedragsproblemen volgens het consortium het best worden ingezet op de combinatie van:

  • training van begeleiders in het uitvoeren van behandelafspraken;
  • training van cliënten in sociale informatieverwerking en - in het geval van kinderen - training van ouders in opvoedingsvaardigheden afgestemd op kinderen met LVG;
  • specifieker inzetten van psychofarmaca afhankelijk van de balans tussen daadwerkelijke effectiviteit en de bijwerkingen.

Ieder van deze drie pijlers is de focus van één consortium project.

Begeleiders in beeld
In het project  “Begeleiders in Beeld” wordt een training voor begeleiders ontwikkeld en op effectiviteit onderzocht. Er wordt videofeedback gegeven over het handelen van begeleiders, afgestemd op hun persoonlijke profiel.
Het project wordt uitgevoerd vanuit de Radboud Universiteit Nijmegen, vakgroep Orthopedagogiek door drs. Linda Zijlmans (junior onderzoeker), dr. Petri Embregts (projectleider, co-promotor en dagelijks begeleider), dr. Linda Gerits (co-promotor), prof.dr. Anna Bosman en prof.dr. Jan Derksen (promotoren) in samenwerking met het opleidingscentrum van Cello en de coördinatoren en begeleiders van instellingen.

Samen Stevig Staan
Het project “Effectiviteit van gecombineerde kind- en oudertraining” / “Samen Stevig Staan” ontwikkelt bij elkaar aansluitende kind- en oudertrainingen op basis van evidence-based interventies, pilot ze, en toetst hun effectiviteit middels een randomized trial.
Het project wordt uitgevoerd vanuit de Universiteit Utrecht, afdeling Ontwikkelingspsychologie, door drs. Hilde Schuiringa (AIO), dr. Maroesjka van Nieuwenhuijzen (projectleider en co-promotor), Marion Eikelenboom en Christine van ’t Hof (Arkemeyde, resp. oudertraining en kindtraining), prof. Dr. Walter Matthys (ontwikkelaar, promotor), prof.dr. Bram Orobio de Castro (principal investigator, promotor) in samenwerking met coördinatoren en begeleiders van instellingen.

Psychofarmacagebruik: “Wat slik ik?”
Het project “Psychofarmacagebruik” analyseert eerst zorgvuldig welke psychofarmaca aan cliënten met (SG) LVG worden voorgeschreven en welke factoren dit beïnvloeden. Vervolgens wordt nagegaan wat de effectiviteit en veiligheid van psychofarmaca in de populatie van LVG zijn en wordt getest of verbetering van de kwaliteit van medicatie en begeleide afbouw van irrationele medicatie mogelijk is.
Dit project wordt uitgevoerd vanuit de Universiteit Utrecht, Disciplinegroep Farmaco-epidemiologie en –therapie, Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (UIPS) en Altrecht (GGZ Utrecht) door drs. Arlette Scheifes ((AGIKO), dr. Joost Jan Stolker (projectleider, co-promotor), dr. Rob Heerdink (onderzoeker, co-promotor), prof.dr. Toine Egberts (promotor) in samenwerking met coördinatoren en begeleiders van instellingen.

In het najaarsnummer 2008 van Onderzoek & Praktijk worden de projecten uitvoeriger beschreven.
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met de onderzoekers:
Begeleiders in Beeld; Linda Zijlmans, l.zijlmans@pwo.ru.nl – 024-3611621
Kind- en oudertraining / Samen Stevig Staan; Hilde Schuiringa, h.schuiringa@uu.nl – 030-2532389
Psychofarmacagebruik; Arlette Scheifes, a.scheifes@altrecht.nl – 030-2256181